Het paard

Het paard is het enige stuk dat mag springen, dat wil zeggen, de tussenliggende velden mogen bezet zijn, zowel door eigen stukken als door stukken van de tegenstander. Het eindveld moet wel leeg zijn of bezet worden door een vijandelijk stuk.

  • Staat het paard op a1, dan worden twee velden bestreken, namelijk b3 en c2.
  • Staat het paard op c6, dan worden acht velden bestreken, namelijk b4, a5, a7, b8, d8, e7, e5, en d4.
  • Staat het paard op h3 dan worden vier velden bestreken, namelijk g1, f2, f4 en g5

Maximaal bestrijken beide paarden samen 16 velden, dat is exact 25% van het schaakbord.

Een paard springt telkens naar een veld van een andere kleur. Een paard op een zwart veld bestrijkt alleen witte velden, en omgekeerd. Dit gegeven is een thema in bepaalde eindspelstudies, waarin tientallen zetten vooruit beredeneerd kan worden of een paard op een bepaald moment een bepaald veld kan bestrijken.  bron: wickipedia

paard

 

Advertenties