Oefeningen voor schaken

Oefeningen voor stap 2

ik volg een speciale methode op de schaakclub in Sneek.

Deze methode heet, stappenmethode.

De oefeningen die ik voor jullie heb gemaakt, zijn voor stap 2.

Stap 2 is voor mensen die de regels al kennen.

En jullie kennen de regels al.

dus dit zal een eitje voor jullie zijn.

de andwoorden zet ik over een maand op de website!

 

 

de pion

Hoewel een pion relatief weinig waarde heeft, speelt hij toch een belangrijke rol in het schaakspel. Juist door de geringe waarde kan een pion doorgaans niet tegen een ander stuk geruild worden zonder er materieel op achteruit te gaan. Daarnaast kunnen stukken zich achter pionnen verschuilen, en daarmee de stukken van de tegenstander blokkeren. In het middenspel worden soms gevechten uitgevochten om één pion omdat dit, vooral op hoog niveau, doorslaggevend kan zijn.

de pion

de koning

Koningsvelden zijn die velden die door de koning bestreken worden. De koning kan zich slechts één veld bewegen (tenzij hij rokeert), maar wel in elke richting. Hij mag echter nooit een veld betreden dat door de andere partij bestreken wordt. Zie diagram.

  • Staat de koning in de hoek, bijvoorbeeld op veld a8, dan bestrijkt hij drie velden: a7, b7 en b8.
  • Staat de koning op de rand, bijvoorbeeld op veld f1, dan bestrijkt hij vijf velden: e1, e2, f2, g1 en g2.
  • Staat de koning op een ander veld, bijvoorbeeld op e5, dan heeft hij met acht velden zijn grootste bereik: d4, d5, d6, e4, e6, f4, f5 en f6. Dat is dus maximaal ca 14% van het schaakbord.
  • de koning

de dame

De dame is verreweg het sterkste schaakstuk. Traditioneel wordt aan de dame een (relatieve) waarde van negen punten toegekend, dus negen keer zo sterk als een pion. Dit hangt echter erg af van de stelling. Twee torens zijn in het algemeen iets sterker dan een dame, mits ze goed samenwerken en de overige stukken kunnen verdedigen.

Haar grootste kracht ligt in de aanval (matzetten) en in het eindspel (door haar bewegingsvrijheid). In de opening kan de dame beter wat achterblijven, omdat de tegenstander anders tempo kan winnen door haar met stukken aan te vallen.

Een offer van de dame is wellicht een van de spectaculairste offers, juist door haar hoge waarde in het schaakspel, en komt regelmatig voor.

bron: wickipediade dame

de toren

Een toren beweegt zich een willekeurig aantal velden in horizontale of verticale richting, tot het eerste veld vóór een eigen stuk of met een vijandelijk stuk.

  • Staat de toren op veld d4 dan bestrijkt hij de velden: d1, d2, d3, d5, d6, d7, d8 (verticaal) en a4, b4, c4, e4, f4, g4, h4 (horizontaal).

Staat er verder geen materiaal op het bord, dan bestrijkt een toren steeds veertien velden; dat is ongeveer 22% van het schaakbord. Samen kunnen de twee torens circa 41% van het schaakbord bestrijken.

De rokade (korte of lange) is een zet van koning en toren tegelijk, maar telt als één en zet.

bron: wickipediade toren

de loper

Een loper kan zich in diagonale richting bewegen, tot het eerste veld op de diagonaal vóór een eigen stuk of het eerste veld mét een vijandelijk stuk – het vijandelijke stuk wordt dan geslagen.

  • Staat de loper aan de rand of in de hoek van het schaakbord dan bestrijkt hij zeven velden.
  • Staat de loper op een van de centrumvelden dan bestrijkt hij dertien velden.

De twee lopers samen bestrijken maximaal 26 velden, dat is circa 41% van het schaakbord.

bron: wickipedia

 

de loper

Het paard

Het paard is het enige stuk dat mag springen, dat wil zeggen, de tussenliggende velden mogen bezet zijn, zowel door eigen stukken als door stukken van de tegenstander. Het eindveld moet wel leeg zijn of bezet worden door een vijandelijk stuk.

  • Staat het paard op a1, dan worden twee velden bestreken, namelijk b3 en c2.
  • Staat het paard op c6, dan worden acht velden bestreken, namelijk b4, a5, a7, b8, d8, e7, e5, en d4.
  • Staat het paard op h3 dan worden vier velden bestreken, namelijk g1, f2, f4 en g5

Maximaal bestrijken beide paarden samen 16 velden, dat is exact 25% van het schaakbord.

Een paard springt telkens naar een veld van een andere kleur. Een paard op een zwart veld bestrijkt alleen witte velden, en omgekeerd. Dit gegeven is een thema in bepaalde eindspelstudies, waarin tientallen zetten vooruit beredeneerd kan worden of een paard op een bepaald moment een bepaald veld kan bestrijken.  bron: wickipedia

paard

 

de schaakstukken

De schaakstukken zijn het belangrijkst voor een schaakpartij.

De verschillende stukken : koning,koningin,toren,loper,paard,pion.

Als een stuk een ander stuk beschermt (gedekt) zou ik hem maar niet pakken (slaan)SCHAAKBORD